Bezwaar hoeft maar beperkt te worden gemotiveerd

Print Friendly, PDF & Email

Indiening van een bezwaar kan een tijdrovende aangelegenheid zijn. Wanneer het eind van de bezwaartermijn in zicht komt en er bijvoorbeeld nog wordt gewacht op relevante informatie, kan het lastig zijn een volledig onderbouwd of gemotiveerd bezwaar op tijd af te hebben. In de praktijk gebeurt het dan ook regelmatig dat een bezwaar op nader aan te voeren gronden wordt ingediend. In dat geval wordt formeel al bezwaar gemaakt maar ook verzocht om een termijn om de gronden in te dienen. Het biedt echter meer zekerheid om de gronden alvast kenbaar te maken zodat nadere stukken ter onderbouwing later kunnen volgen. Uit een recente uitspraak blijkt dat die gronden maar heel summier hoeven te zijn.

Gronden van het bezwaar

Een besluit van een overheidsorgaan kan onder andere met succes worden aangevochten als het in strijd met de regels, beleid of algemene rechtsbeginselen is. Het is aan de bezwaarmaker om dit aan te tonen. Als geen gronden worden aangevoerd kan een bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard omdat niet wordt voldaan aan de vereisten van artikel 6:5 Awb. Als een bestuursorgaan tot deze conclusie komt moet zij wel een hersteltermijn bieden volgens artikel 6:6 Awb. Vaak wordt een extra termijn van ca. 2 weken gegeven om alsnog de gronden in te dienen. Op dit artikel is het pro forma bezwaar oftewel het bezwaar op nader aan te voeren gronden gebaseerd.

Voldoende duidelijk

Wanneer is er nu sprake van een grond voor bezwaar? Die vraag werd door de Raad van State in een uitspraak van 6 januari jl. beantwoord. In die zaak werd een bezwaar niet-ontvankelijk verklaard door de Minister van SZW omdat er geen gronden zouden zijn aangevoerd. In het bezwaarschrift stond echter wel : “De grondslag voor de aanschrijving is onjuist, en voor zover al juist is het rechtsgevolg buitenproportioneel”. De bezwaarmaker stelde beroep in tegen deze beslissing, maar de rechtbank Overijssel oordeelde dat het besluit van de Minister correct was. Bezwaarmaker gaat vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling vernietigt het besluit vervolgens alsnog omdat wel degelijk voldoende concreet is gemaakt waarom bezwaarmaker het niet eens was met het besluit. Er moet dus een nieuw besluit worden genomen, waarbij de Afdeling op grond van artikel 8:113 Awb bepaalt dat tegen dat besluit alleen rechtstreeks beroep bij haar open staat. Na het nieuwe besluit kan dus nog maar bij één instantie beroep worden ingesteld.

Conclusie

Om zeker te zijn dat een bezwaarschrift op tijd is ingediend en dat er voldoende duidelijk is wat de gronden zijn is het zeer verstandig altijd globaal aan te geven op welke onderdelen het bezwaar betrekking heeft en waarom het besluit op die punten geen stand kan houden. Zoals uit deze uitspraak blijkt is een vrij summiere aanduiding al voldoende om ontvankelijk te zijn in een procedure.

Thijs Liebregts

Thijs Liebregts plaatste tot op heden 5 artikelen

De initiatiefnemer van deze site. Ervaren advocaat civiel- en bestuursrecht met nadruk op vastgoedgerelateerde kwesties.